Met acht mannen uit onze geloofsgemeenschap vormden wij wat we in goed Nederlands een ‘fraternity’ noemen: samen trokken we 90 dagen op, op weg naar Pasen. Vanuit die gezamenlijke weg zijn meerdere ervaringsverhalen ontstaan, die we de komende tijd zullen delen — hieronder het verhaal van Fabian.
Van lauwheid naar vuur – mijn weg met Exodus 90
Exodus 90 is voor mij meer dan een programma; het is een weg van bekering en verdieping. In deze getuigenis deel ik welke vruchten deze reis mij dit jaar heeft gebracht.
Voorbereiding op Pasen
Dit jaar heb ik ook weer veel vruchten mogen ontvangen van het Exodus 90 programma. Het is heel bijzonder om je zo intens voor te bereiden voor het grote paasfeest. Zonder Exodus 90 overvalt Pasen ineens, zo van: “Hé, is het nu al Pasen?”, terwijl ik met Exodus 90 echt op pad ben gegaan met Jezus en mijn broeders om het geschenk van Pasen beter te beseffen.
Een bijzondere anekdote is dat mijn anchor (de persoon waar je dagelijks even mee belt) mij in januari vertelde over zijn gebedsgroep op het werk. Dit bracht mij op het idee om zelf op het werk wat collega’s te vragen om wekelijks een half uurtje met mij te bidden en intenties op te halen. Zodoende heb ik een gebedsgroep op kantoor gevormd met wie we wekelijks een half uur bidden.
Exodus 90 helpt mij ook om uit mijn comfortzone te komen. In plaats van aan de zijlijn van mijn leven te staan, neem ik nu het stuur in handen. De drie pijlers van Exodus 90 — gebed, ascese en broederschap — brengen precies het ongemak dat nodig is om mijn lauwheid om te zetten in vuur.
Vroeger was ik vaak afgeleid, maar door de ascese (bijvoorbeeld minder schermgebruik en geen tussendoortjes) wordt mijn geest scherper en krijg ik de ruimte om de mensen en God om mij heen met aandacht te zien.
Veel steun ervaar ik van mijn anchor en van de hele groep, de fraternity, die je al snel op een heel diep niveau leert kennen. Er ontstaat een verbondenheid die bijna als een familie voelt.
Samen verder
Onze groep heeft dit jaar besloten om samen door te gaan en ons te blijven inzetten om ‘mannen van God’ te zijn.



